Wanneer ik een goede sigaar opsteek, beschrijf ik deze door te zeggen: "Dit is een goede sigaar."
Het is echter niet meer voldoende om slechts te zeggen dat een sigaar goed is. Om heden ten dage de smaken van een sigaar te beschrijven dient je gehemelte zo verfijnd te zijn dat dingen te onderscheiden zijn als "rijke aardtonen met koffiebonen en kaneel, leder afgerond met houttonen."
Om er achter te komen wat dit betekend stel ik me voor om een twijgje peterselie, een handvol zand, een strookje kaneel, een oude schoen en een stuk hout in een Cubaans dekblad te rollen en het geheel roken.
Aan de andere kant denk ik dat ik het maar bij de inhoud van mijn humidor laat en simpelweg zeg dat mijn sigaren naar Cubaanse tabak smaken.