A crudo:
beknopt proeven van een sigaar voordat deze wordt aangestoken. Vaak verdwijnen de noten die zich openbaren tijdens het proeven a crudo tijdens het roken.
Aroma:
de smaakervaring tijdens het roken van een sigaar. Niet te verwarren met de kracht.
Begin:
zie Middengedeelte. Bij goede sigaren heeft het begin body en is de finale bijna afwezig.
Binnengoed:
het binnenste van een sigaar. Er wordt onderscheidt gemaakt tussen sigaren met "lang binnengoed" (longfiller), waarvan het binnengoed bestaat uit hele bladeren en "kort binnengoed" (shortfiller), waarvan het binnengoed bestaat uit gehakte (of gebatteerde) bladeren.
Casa de tabaco:
plaats waar na de oogst de tabaksbladeren drogen.
Cepo:
instrument waarmee de torcedor (zie Torcedor) de doorsnede van sigaren meet.
Chaveta:
een plat mes zonder handvat, vaak in de vorm van een sikkel, waarmee de torcedor (zie Torcedor) de bladeren snijdt en aandrukt.
Dekblad (capa):
tabaksblad dat de sigaar omhuld, oorspronkelijk Capa genoemd. Er worden alleen rechthoeken gebruikt die uit een half dekblad worden gesneden.
Escogida:
het selectiehuis waar de tabaksbladren worden gesorteerd op grootte, textuur, kleur, herkomst en klasse: capa, capote, ligero, volado en seco.
Escogedor:
man of vrouw (escogedora) die de sigaren sorteert op de kleur van het dekblad. Deze persoon kan maar liefst 64 tot 72 kleurnuances van het dekblad onderscheiden!
Figurado:
iedere sigaar waarvan het lichaam niet cilindrisch is.
Fuma:
term die alleen op Cuba gebruikt wordt en die verwijst naar de sigaar die de torcedor voor eigen gebruik fabriceert.
Galera:
zo noemt men op Cuba de werkplaatsen waar de sigarenrollers werken. Toen Cuba uiteindelijk de rechten verwierf om sigaren te exporteren werden de gevangenisen de eerste fabrieken. Om de gevangenen beter te kunnen bewaken werden de werktafels in rijen opgesteld zoals vroeger de galeislaven. Deze opstelling werd door alle fabrieken overgenomen.
Kabinet:
een andere manier om sigaren te verpakken. Deze kabinetten kunnen van naturel- of gelakt hout zijn en worden afgesloten door een schuifplaat of een deksel met scharnieren. De kisten bevatten 25 of 50 sigaren, die een kwart rad (25) of een half rad (demi-roue) (50) vormen en bij elkaar gebonden zijn door een zijden lint.
Lichaam van de sigaar:
het gedeelte van de sigaar over het mondstuk en het vuureinde. Tegenwoordig zijn cilindrische sigaren in de mode. Het Engelse woord voor lichaam, "body", wordt gebruikt voor puros die van goed kwaliteit zijn.
Ligada:
het tabaksmengsel dat per sigaar verschilt. De dekbladen worden bij de bladeren voor het binnengoed en de capote gevoegd. De chef van de ligada mengt deze bladeren volgens een formule die alleen hij kent en die per sigaar verschilt. Een geheim dat even goed bewaard wordt als de formule van Coca-Cola!
Buiten Cuba spreekt men van liga.
Ligero:
een van de drie bladeren die worden gebruikt bij de samenstelling van het binnengoed. Dit bovenblad van de plant geeft de kracht aan de sigaar.
Middengedeelte:
het gedeelte van de sigaar dat het krachtigst is. Van oudsher wordt wordt een sigaar tijdens het roken in drieën verdeeld: het begin (de eerste trekjes zijn nogal neutraal), het middengedeelte (de sigaar komt volledig tot zijn recht) en de finale (de laatste trekjes die vaak verpest worden door de nicotine). Let op, deze delen hoeven niet allemaal even lang te duren.
Model:
de grootte van de sigaar. De lengte en de doorsnede.
Natuurlijke kist:
kist van ongelakt hout; op het deksel is de naam van het merk en de sigaar gegraveerd. De sigaren worden in twee lagen in de kist gelegd (13 + 12). De kist is meestal groter dan de traditionele kist en de sigaren komen er daardoor enigszins rond uit (bijvoobeeld Serie D Nº 4 van Partagas).
Omblad (capote):
een blad dat de drie bladeren die het binnengoed vormen bij elkaar houdt. Het omblad en het binnengoed vormen samen de pop die wordt ingepakt in het dekblad. Op die manier behouden sigaren hun oorspronkelijke rondheid.
Seco:
een van de drie bladeren die het binnengoed vormen. Dit blad zorgt voor de aroma's van de sigaar.
Sigaar:
verwijst niet alleen naar het merk, mar ook naar de ligada. Een merk kan verschillende sigaren van een model verkopen. Zo zijn de Churchill en de Prince of Wales van Romeo y Julieta, die dezelfde afmeting hebben, twee verschillende sigaren. Dat geldt ook voor de Monarch en de Sir Winston van H. Upmann.
Strippen:
handeling die bestaat uit het verwijderen van de middennerf van een tabaksblad, despadillo genaamd. Een karwei dat meestal door een vrouw (despadillorada) wordt geklaard.
Torcedor:
man of vrouw (torcedora) die de sigaren rolt.
Traditionele kist:
kist die versiert is met vista's (litografische afbeelding) en waarin de sigaren in twee rijen zijn neergelegd (13 boven, 12 onder) in de volgorde die de escogedor heeft bepaald (de donkerste links en de lichtste rechts). De sigaren zijn daardoor eniszins tegen elkaar aangedrukt (tenminste de havanna's).
Vapor:
werkbank van de torcedor of torcedora. Hierop bevindt zich de mesa de torcer, een rechthoekig (Cuba) werkblad om de sigaren op te rollen.
Vega:
veld op Cuba waar de tabak wordt verbouwd.
Veguero:
boer die tabak verbouwd.
Vista:
de afbeelding die de binnenkant van het deksel van de sigarenkist siert.
Volado:
een van de drie bladeren die het binnengoed vormen. Dit blad zorgt ervoor dat de sigaar goed brandt.
Vuureinde:
het uiteinde waaraan de sigaar wordt aangestoken. Het vuureind is altijd open, ongeacht het merk en herkomst van de sigaar.